Overheid

WERKEN IN, AAN OF ROND UW WONING: AL DAN NIET VERGUNNINGSPLICHTIG?

May 29, 2020

Indien u werken in, aan of rond uw woning wenst uit te voeren, is de eerste vraag of hiervoor een vergunning noodzakelijk is of een melding moet worden gedaan. Gelet op de complexe wetgeving inzake ruimtelijke ordening is het antwoord hierop niet steeds eenvoudig. In deze blog leggen we uit waarmee u rekening dient te houden. We leggen hier de focus op de vergunnings- of meldingsplicht van sommige ‘kleine’ werken in, aan en rond uw woning.

 

Vergunningsplicht, meldingsplicht of vergunningsvrijstelling?

Vergunningsplichtige handelingen

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, ook wel de VCRO genoemd, bepaalt in art. 4.2.1 VCRO welke handelingen vergunningsplichtig zijn. Het gaat hier onder meer over het optrekken of het plaatsen van een constructie, het gewoonlijk gebruiken, aanleggen of inrichten van een grond, het wijzigen van de hoofdfunctie van een onroerend goed, het opsplitsen van een woning, enzovoort.

In dit artikel worden ook uitdrukkelijk onderhoudswerken uitgesloten van vergunningsplicht. Art. 4.2.1,1° VCRO bepaalt dat niemand zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen de opgesomde bouwwerken mag verrichten, met uitzondering van onderhoudswerken.

Indien de werken die u wenst uit te voeren, voorkomen op de lijst van vergunningsplichtige handelingen van art. 4.2.1 VCRO, dan zijn deze handelingen principieel onderworpen aan de omgevingsvergunningsplicht. Vooraleer u de werken kan uitvoeren, dient u hiervoor in principe een omgevingsvergunning aan te vragen bij de bevoegde vergunningverlenende overheid. In de meeste gevallen zal dit het college van burgemeester en schepenen zijn van uw gemeente of stad.

Voor sommige van deze principieel vergunningsplichtige werken is evenwel bepaald dat zij toch niet vergunningsplichtig zijn of dat een melding hiervoor kan volstaan.

 

Meldingsplicht

Conform art. 4.2.2 VCRO kan de Vlaamse regering bepalen in welke gevallen de vergunningsplicht voor stedenbouwkundige handelingen vervangen wordt door een verplichte melding. Het gaat hier om de gevallen waarbij de beoordelingsmarge van het vergunningverlenend bestuur minimaal is vanwege het eenvoudige en gangbare karakter van de handelingen of indien deze handelingen onderworpen zijn aan nauwkeurige stedenbouwkundige voorschriften.

Het besluit van 16 juli 2010 van de Vlaamse regering betreffende de meldingsplichtige handelingen ter uitvoering van de VCRO (afgekort: ‘Meldingsbesluit’), bepaalt welke handelingen meldingsplichtig zijn.

U dient er wel rekening mee te houden dat provinciale en gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen conform art. 4.2.5 VCRO kunnen bepalen dat sommige handelingen, die in principe meldingsplichtig zijn, alsnog vergunningsplichtig worden. Ook principieel vrijgestelde handelingen kunnen meldingsplichtig worden gemaakt. Vrijgestelde handelingen kunnen evenwel niet meldingsplichtig gemaakt worden.

Ook de omgekeerde beweging is niet mogelijk: Provinciale en gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen kunnen de vergunningsplicht niet vervangen door een meldingsplicht. Zij kunnen vergunnings- of meldingsplichtige handelingen niet vrijstellen van de vergunnings- of meldingsplicht.

U dient derhalve steeds rekening te houden met eventuele lokale of provinciale stedenbouwkundige voorschriften die invloed hebben op de meldings- of vergunningsplicht.

 

Vrijstelling van vergunning

In het besluit van de Vlaamse regering van 16 juli 2010 tot bepaling van de stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is (afgekort “Vrijstellingsbesluit”), worden er verschillende handelingen die principieel vergunningsplichtig zijn, toch expliciet uitgesloten van deze vergunningsplicht.

Het Vrijstellingsbesluit bestaat uit verschillende bepalingen met betrekking tot handelingen in, aan en bij woningen of andere gebouwen, handelingen in andere gebieden, tijdelijke handelingen, publiciteit, speciale sectoren en dergelijke meer.

 

Bepalingen die de toepassingsmogelijkheid uitsluiten

Zowel het Meldingsbesluit als het Vrijstellingsbesluit bepalen uitdrukkelijk de gevallen waarin geen gebruik gemaakt kan worden van deze regelgeving. Hiervoor kan verwezen naar art. 6 Meldingsbesluit en art. 1.3 e.v. Vrijstellingsbesluit.

Van de regeling inzake vrijstelling of melding kan bijvoorbeeld geen gebruik gemaakt worden wanneer de handelingen strijdig zijn met de stedenbouwkundige voorschriften van gewestelijke, provinciale of gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen, met de voorschriften van gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen of met de uitdrukkelijke voorwaarden van reeds verleende omgevingsvergunningen.

Voor elke gewenste uit te voeren handeling zal dit steeds afzonderlijk onderzocht moeten worden.

 

Beslissingsschema

Indien u werken aan uw woning wenst uit te voeren, kan u met andere woorden best eerst nagaan of deze werken zijn vrijgesteld. Indien dit niet het geval is, dient u na te gaan of de vergunningsplicht werd vervangen door een meldingsplicht. In ontkennend geval zijn de handelingen vergunningsplichtig en dient u in elk geval een omgevingsvergunningsaanvraag in te dienen.

Beslissingsproces

(*) Wel dient u in voorkomend geval nog rekening te houden met eventuele lokale voorschriften die van invloed kunnen zijn op de vergunnings- of meldingsplicht.

Hierna worden er enkele werken/handelingen in, aan of rond de woning besproken die vaak voorkomen, maar waarvan het toch niet steeds duidelijk is of ze al dan niet vergunningsplichtig zijn.

 

Het aanleggen van een terras of zwembad

Als gevolg van de coronacrisis zal er deze zomer mogelijk sprake zijn van een ‘staycation’. Heel wat mensen willen daarom een zwembad in hun tuin aanleggen of wensen een terras (opnieuw) aan te leggen. Maar zijn dergelijke handelingen vergunningsplichtig? 

Artikel 2.1 Vrijstellingsbesluit bepaalt dat er principieel geen omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen bij woningen nodig is voor de plaatsing van niet-overdekte constructies in zijtuin en achtertuin, ingeplant tot op 1 meter van de perceelsgrens of tot tegen een bestaande scheidingsmuur, voor zover de gezamenlijke oppervlakte van dergelijke constructies, met inbegrip van alle bestaande niet-overdekte constructies in zijtuin en achtertuin, 80 vierkante meter niet overschrijdt.

Een niet overdekte constructie zou inderdaad een zwembad, vijver of terras kunnen zijn. Belangrijk is dat, indien u verschillende niet-overdekte constructies wil oprichten, met inbegrip van verhardingen voor een terras, de totale gezamenlijke oppervlakte van deze constructies niet meer dan 80m² mag zijn. U dient bijgevolg steeds de rekensom te maken.

Let wel op dat u steeds dient na te gaan of er op uw perceel geen specifieke stedenbouwkundige voorschriften voorhanden zijn die mogelijk deze handelingen concreet regelen. Bovendien kan u ook best informeren bij de betrokken dienst van uw stad of gemeente of de principiële vrijstelling niet meldingsplichtig werd gemaakt.  Indien u niet zou voldoen aan de in het artikel 2.1 Vrijstellingsbesluit opgelegde voorwaarden, dient u uiteraard alsnog een omgevingsvergunning aan te vragen.

 

De aanbouw of uitbreiding van een veranda of garage/carport

Mogelijk wenst u ook uw bestaande woning uit te breiden door een volledig nieuwe veranda, carport of garage aan te bouwen. Uiteraard kan u er ook voor kiezen om uw bestaande garage of veranda uit te breiden. In principe zijn deze werken niet vrijgesteld van vergunning. Het Meldingsbesluit bepaalt in art. 4 dat in sommige gevallen de vergunningsplicht wordt vervangen door de meldingsplicht. Deze handelingen dienen wel aan verschillende voorwaarden cumulatief te voldoen:

  1. De woning dient hoofdzakelijk vergund of vergund geacht te zijn
  2. Er wordt geen vergunningsplichtige functiewijziging doorgevoerd
  3. Het aantal woongelegenheden blijft ongewijzigd
  4. De totale oppervlakte van de bestaande en de op te richten aangebouwde bijgebouwen bedraagt maximaal 40 vierkante meter;
  5. de gebouwen worden geplaatst in de zijtuin tot op 3 meter van de perceelsgrenzen of in de achtertuin tot op 2 meter van de perceelsgrenzen;
  6. de hoogte is beperkt tot 4 meter.

 

Artikel 4 bepaalt verder dat in afwijking van punt (5), als het hoofdgebouw is opgetrokken op of tegen de perceelsgrens, het aangebouwde bijgebouw ook opgetrokken moet worden op of tegen de perceelsgrens, tegen een bestaand aanpalend gebouw, als de bestaande scheidingsmuur niet gewijzigd wordt. De bouwdiepte van het nieuw op te richten aangebouwde bijgebouw mag de bouwdiepte van het aanpalende gebouw niet overschrijden.

Het artikel verduidelijkt dat onder bijgebouw het volgende verstaan dient te worden: “de fysiek aansluitende aanhorigheden die in bouwtechnisch opzicht een rechtstreekse aansluiting of steun vinden bij het hoofdgebouw”.

Ook voor deze handelingen zal u dus opnieuw een rekensom dienen te maken van de oppervlakte van de bestaande en de op te richten aangebouwde bijgebouwen. Voldoet u aan al deze voorwaarden, dan zijn de handelingen meldingsplichtig. Indien de door u geplande werken niet zouden voldoen aan één van bovenstaande voorwaarden, dient u uiteraard alsnog een omgevingsvergunning aan te vragen.

Het blijft steeds van belang na te gaan of er andere of bijkomende specifieke stedenbouwkundige voorschriften op uw perceel van toepassing zijn. Bovendien kan de meldingsplicht door uw gemeente of stad vervangen zijn door een vergunningsplicht. Al deze zaken dient u voorafgaand uiteraard na te gaan. Hiervoor zou in principe steeds terecht moeten kunnen bij de betrokken diensten van de gemeente of steden.

 

Besluit

Er zijn verschillende kleine werken aan, in en rond een woning die niet steeds vergunningsplichtig zijn. Dit zal steeds geval per geval onderzocht dienen te worden. Daarnaast zal u ook steeds rekening moeten houden met de specifieke bepalingen in de beide besluiten die de het gebruik van de melding of vrijstelling onmogelijk maken. Ook dit dient steeds onderzocht te worden.  

Naast de eventuele inlichtingen bij uw gemeente of stad, vindt u op het publiek omgevingsloket een “checklist Vrijstelling en Melding van stedenbouwkundige handelingen” terug, waaraan de handelingen afgetoetst moeten worden.

Uiteraard zijn er nog veel meer ‘kleine’ werken die u aan, rond of in uw woning zou kunnen uitvoeren. Zo kan u bijvoorbeeld (voor)gevelwerken willen uitvoeren, een nieuwe omheining willen plaatsen en dergelijke meer. In een van onze volgende blogs zal hier ongetwijfeld verder op worden ingegaan!

In deze blog werd de vraag beantwoord of bepaalde handelingen al dan niet vergunningsplichtig, meldingsplichtig of vrijgesteld zijn.  Een volgende te beantwoorden vraag zal zijn: mogen deze handelingen op de betrokken locatie ook uitgevoerd worden en kan u, in voorkomend geval ook een vergunning bekomen? Dit is de vraag naar de beoordelingsgronden die later verder behandeld zal worden.

Deze uiteenzetting vervangt uiteraard niet de wetgeving ter zake. In geval van twijfel, kan u zich beter grondig informeren. Inbreuken op de vergunningsplicht kunnen immers (strafrechtelijk) gesanctioneerd worden en/of aanleiding geven tot het opleggen van herstelmaatregelen.   

Indien u nog vragen heeft, aarzel dan niet om ons te contacteren. Forum advocaten is gespecialiseerd in omgevingsrecht (ruimtelijke ordening, stedenbouw en milieu). Wij beantwoorden graag uw vragen.

 

Joëlle Gillemot & Reiner Tijs

Contacteer ons Advocatenkantoor

Stuur ons een bericht. Eén van onze advocaten helpt je graag verder.

Contact
Website design & development by