relatiegericht-icon Relatiegerichte advocatuur
transparant-icon Transparante werkwijze
expert-icon Team van juridische experten
reactie-icon Reactie binnen 24u
resultaat-icon Resultaatgerichte aanpak

Overheidsrecht en omgevingsrecht

Omgeving (ruimtelijke ordening, stedenbouw en milieu)

Klaar voor terrasjesweer? De omgevingsvergunningsregelgeving ook!

Apr 30, 2021
Klaar voor terrasjesweer? De omgevingsvergunningsregelgeving ook!

De langverwachte opening van de horeca lijkt eindelijk in zicht te zijn. Op 19 oktober 2020 moesten de restaurants en cafés gedurende een minimumperiode van 4 weken verplicht sluiten. Deze initiële sluitingsperiode van 4 weken evolueerde naar een sluiting van bijna 29 weken. In principe mogen de restaurants en cafés vanaf 8 mei 2021 opnieuw hun deuren openen, zij het enkel de deuren van de terrassen. Het Overlegcomité heeft immers beslist dat het buitenplan van kracht wordt, wat inhoudt dat restaurants en cafés vanaf 8 mei 2021 enkel hun terrassen opnieuw mogen openen.

Om de horeca hierin een handje te helpen, voerde de Vlaamse Regering een tijdelijke vrijstelling van de vergunningsplicht voor horecaterrassen in. Hierdoor hoeven horeca-uitbaters, weliswaar onder bepaalde voorwaarden, geen omgevingsvergunning aan te vragen om terrassen bij hun horecazaken te plaatsen. In wat volgt, lichten wij dit graag verder toe.

 

De vergunningsplicht voor het plaatsen van terrassen

In principe heeft een horeca-uitbater voor het plaatsen van een terras een vergunning nodig. Artikel 4.2.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (kortweg de “VCRO”) bepaalt immers dat niemand een constructie mag optrekken of plaatsen zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen.

Hierop bestaan uiteraard uitzonderingen. Het Besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is (kortweg het “Vrijstellingsbesluit”) somt verschillende handelingen op die expliciet zijn uitgesloten van deze vergunningsplicht.

De plaatsing van seizoensgebonden, niet-overdekte terrassen bij horecazaken is reeds vrijgesteld van de vergunningsplicht op basis van artikel 3.1, 9° en artikel 10, 10° van het Vrijstellingsbesluit. Daarenboven geldt er ingevolge artikel 7.2 van het Vrijstellingsbesluit onder bepaalde voorwaarden ook een vrijstelling voor de tijdelijke plaatsing van constructies.

De Vlaamse Regering heeft de mogelijkheid voor horeca-uitbaters om zonder voorafgaande omgevingsvergunning een terras te plaatsen thans uitgebreid door een tijdelijke regeling voor terrassen voor de horeca in het Vrijstellingsbesluit op te nemen.

 

De tijdelijke vrijstellingsregeling voor horecaterrassen in het kader van het coronavirus

Artikel 13/1.1 van het Vrijstellingsbesluit bepaalt nu dat er geen omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen nodig is om al dan niet gesloten of overdekte terrassen of terrasconstructies te plaatsen, zowel op privaat als op openbaar domein, bij bestaande, hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte horecazaken. Om van deze vrijstelling te kunnen genieten, zijn er een aantal voorwaarden van toepassing die hiervoor moeten worden vervuld.

In eerste instantie moet de terrasconstructie volledig geplaatst worden binnen een straal van dertig meter van het hoofdgebouw van de horecazaak. Daarnaast mag er geen bijkomende verharding worden aangelegd, met uitzondering van de terrasconstructie zelf en de strikt noodzakelijke toegang tot de terrasconstructie. Ten slotte mag de plaatsing niet gepaard gaan met een ontbossing, een wijziging van vegetatie of kleine landschapselementen, een aanmerkelijke reliëfwijziging en een wijziging van waterlichamen.

Het betreft bovendien een tijdelijke vrijstelling, die geldig is tot en met 31 maart 2022. Het artikel bepaalt daarom dat de terrasconstructie en de strikt noodzakelijke toegang ertoe voor 1 mei 2022 moeten worden verwijderd, tenzij de plaatsing inmiddels vergund is of rechtsgeldig beroep gedaan wordt op een andere bepaling uit het Vrijstellingsbesluit.

De vrijstelling op stedenbouwkundig vlak houdt evenwel geen vrijstelling in voor de tijdelijke inname van het openbaar domein. Daarvoor is in principe een aparte toelating (domeinconcessie) vereist. Dergelijke toelating is uit haar aard steeds precair omdat de wisselende vereisten van algemeen belang vereisen dat het bestuur ten allen tijde een andere invulling aan het openbaar domein moet kunnen geven.

In elk geval snakt iedereen ernaar om op 8 mei opnieuw te kunnen genieten op een terrasje. De vrijstellingsregeling faciliteert alvast een aantal mogelijkheden.

Heeft u vragen over het plaatsen van een terras of terrasconstructie bij uw horecazaak? Neem dan zeker contact op met onze specialisten overheids- en omgevingsrecht zodat wij u op maat kunnen adviseren.

 

Amber Simons & Reiner Tijs