
1 augustus 2025
Borstvoedingspauzes op het werk: hier leest u er alles over!
Naar aanleiding van de Internationale week van de Borstvoeding – 1 tot 7 augustus – is het belangrijk om stil te staan bij de rechten van werkneemsters die borstvoeding geven. De keuze om borstvoeding te geven is persoonlijk en mag niet worden beïnvloed door derden, ook niet door de werkgever. De wetgever beschermt deze keuze via het recht op borstvoedingspauzes. In deze blog lichten we dit recht toe daar het lang niet voor iedereen duidelijk is!
Wettelijk kader
Het recht op borstvoedingspauzes is in België vastgelegd in cao nr. 80. Deze cao stelt moeders, die tewerkgesteld zijn als werkneemster op grond van een arbeidsovereenkomst, in staat om borstvoeding te geven en/of melk af te kolven wanneer zij hun tewerkstelling hervatten na hun zwangerschapsverlof.
Cao nr. 80 vloeit voort uit internationale verplichtingen, namelijk artikel 10 van het IAO-verdrag nr. 183 betreffende de bescherming van het moederschap en artikel 8.3 van het Europees Sociaal Handvest. Deze teksten erkennen expliciet het recht van moeders op tijd en ruimte om borstvoeding te geven gedurende de werkdag.
Praktische voorwaarden en formaliteiten
Als een werkneemster gebruik wil maken van borstvoedingspauzes, dan dient zij haar werkgever hiervan in kennis te stellen. Volgens de regels uit de cao dient de werkgever hiervan 2 maanden op voorhand op de hoogte te worden gebracht, via een aangetekende brief of een schriftelijke kennisgeving met ontvangstbevestiging. Werkgever en werkneemster kunnen onderling evenwel een kortere termijn afspreken.
Verder dient de werkneemster te bewijzen dat ze effectief borstvoeding geeft. Dit bewijs wordt geleverd met een attest verstrekt door hetzij een consultatiebureau voor zuigelingen (bv. Kind en Gezin), hetzij een als vroedvrouw erkende persoon, hetzij een medisch attest van een arts. Dit attest dient bovendien maandelijks hernieuwd te worden en telkens opnieuw op de initiële startdatum van de pauzes aan de werkgever te worden bezorgd.
Invulling van het recht op borstvoedingspauzes
Het recht op borstvoedingspauzes zorgt er concreet voor dat een werkneemster het recht heeft om voor een bepaalde tijd haar arbeidsprestaties te onderbreken, zodat zij haar kind met moedermelk kan voeden en/of moedermelk kan afkolven.
Meer concreet zal een werkneemster die 4 uur of langer werkt op een welbepaalde arbeidsdag recht hebben op één pauze van dertig minuten voor die dag. Een werkneemster die ten minste 7 uur en 30 minuten werkt zal recht hebben op twee pauzes van telkens dertig minuten voor die dag. De werkneemster die recht heeft op twee pauzes kan deze in één, dan wel twee keer opnemen. Wel dient de werkneemster met de werkgever overeen te komen op welk(e) moment(en) van de dag zij deze pauze kan nemen.
Tijdens deze periode van schorsing van de arbeidsovereenkomst zal de werkneemster niet door haar werkgever worden bezoldigd, doch zal zij wel genieten van een uitkering ten laste van de sector van de ziekte- en invaliditeitsverzekering.
Wat moet de werkgever doen?
Werkgevers moeten rekening houden met dit recht en hebben zelf ook enkele belangrijke verplichtingen die verbonden zijn aan het recht op borstvoedingspauzes.
Ter beschikking stellen van een verzorgingslokaal
Zo dien je als werkgever een lokaal ter beschikking te stellen dat geschikt is om de borstvoedingspauzes op te nemen.
Dit lokaal dient aan welbepaalde voorwaarden te voldoen, dewelke opgenomen zijn in de Codex voor Welzijn op het Werk. Zo dient het een onopvallend en gesloten lokaal te zijn, dat aan deze werkneemsters de mogelijkheid biedt om effectief borstvoeding te geven, indien de aanwezigheid van het kind op de arbeidsplaats niet verboden is gelet op welbepaalde risico’s. Ook moet het lokaal de werkneemsters de mogelijkheid bieden om melk af te kolven en de moedermelk te bewaren in hygiënische omstandigheden.
Verder bepaalt de Codex voor Welzijn op het Werk ook dat dit lokaal uitgerust moet zijn met een voorziening om zich te wassen.
Ontslagbescherming
Tot slot moet je als werkgever ook voorzichtig omspringen met de beëindiging van de overeenkomst van een werkneemster die haar recht op borstvoedingspauzes opneemt. De werkneemster geniet immers een ontslagbescherming omwille van haar recht op borstvoedingspauzes.
Dit betekent dan ook dat een werkgever geen daad mag stellen om de dienstbetrekking eenzijdig te beëindigen, vanaf het ogenblik dat hij op de hoogte werd gesteld van de uitoefening van het recht op borstvoedingspauzes tot het verstrijken van een termijn van een maand die ingaat de dag volgend op het verstrijken van de geldigheid van het laatste attest of het laatste medisch getuigschrift, behalve om redenen die geen verband houden met de fysieke toestand als gevolg van de borstvoeding en/of het afkolven van melk.
Een werkgever die deze ontslagbescherming niet respecteert moet aan de werkneemster een forfaitaire vergoeding betalen die gelijk is aan het brutoloon voor 6 maanden, onverminderd de aan de werkneemster verschuldigde vergoedingen in geval van onregelmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
Borstvoeding geven op het werk is dus geen gunst van de werkgever, maar wel een recht van de werknemer. Zowel werkneemsters als werkgevers kunnen zich dus maar beter bewust zijn van de bijhorende regelgeving, verplichtingen en beschermingsmechanismen. Heeft u een verdere vragen hierover? Contacteer dan zeker een van onze specialist advocaten arbeidsrecht zodat wij u op maat kunnen adviseren. Ook voor al uw andere vragen met betrekking tot het sociaal recht kan u bij ons terecht.






