KMO, vrije beroepen en particulieren

Partiële conventie: welk tarief past u toe?

Jun 16, 2020

Het basisprincipe omtrent de conventionering van de arts is eerder eenvoudig: als u als arts beslist om uzelf naar aanleiding van een conventie gesloten door de artsen en de ziekenfondsen volledig te deconventioneren, dient u zich in principe niet te houden aan de conventietarieven en bepaalt u zelf welk vrij tarief u aanrekent. Beslist u echter om uzelf volledig te conventioneren, rekent u uiteraard de RIZIV-tarieven aan. Hierop zijn slechts een beperkt aantal uitzonderingen mogelijk, die we verderop toelichten.

Maar welk tarief past u nu wanneer toe indien u beslist om uzelf gedeeltelijk te conventioneren? Indien u kiest voor het stelsel van gedeeltelijke conventie kan u -zoals enigszins te verwachten viel- beide vormen van tarifering toepassen. Wil dit dan zeggen dat u als gedeeltelijk geconventioneerde arts vrij bent om te beslissen omtrent welk tarief u wanneer aanrekent? Uiteraard is het niet zo eenvoudig.

 

Welke voorwaarden dient de partieel geconventioneerde arts in acht te nemen?

Als gedeeltelijk geconventioneerde arts kan u vrije tarieven toepassen in geval van een bijzondere eis (bvb: het niet-urgent bezoek van een huisarts aan een zieke op verzoek van deze laatste terwijl dit buiten de normale ronde van de huisarts valt), doch ook voor een deel van uw gewone prestaties mag u in dat geval vrij bepalen welk tarief u aanrekent. De conventie bepaalt daarbij echter hoe groot dat deel is en welke voorwaarden daarvoor vervuld dienen te zijn.

De mogelijkheid om het vrij tarief aan te rekenen wordt -begrijpelijkerwijze- echter wel strikt gereguleerd en beperkt en wordt bovendien ook gedifferentieerd afhankelijk van of u werkzaam bent als huisarts dan wel als specialist.

Als specialist mag u immers 16 uur per week vrije tarieven toepassen ten aanzien van ambulante patiënten. Bovendien is er een bijkomende restrictie, nu de vrije tarieven beperkt moeten blijven tot maximaal 50% van het aantal ambulante verstrekkingen. De 16 uur aan een vrij tarief die u als specialist aanrekent, dienen daarnaast ook gespreid te worden. Zo kan u als specialist deze 16 uur indelen in maximaal 4 tijdsblokken van maximaal 4 uur.

Daarnaast dient u op elke plaats waar u uw activiteit uitoefent, ook zeker tegen het conventietarief te werken. U kan er als specialist dus niet voor opteren om bijvoorbeeld al uw uren die u aan een vrij tarief aanrekent in het ziekenhuis dan wel in uw privé-praktijk te verrichten. Er dient dus een zekere spreiding van de prestaties verricht tegen het conventie-tarief plaats te vinden over alle plaatsen waar u als specialist uw werkzaamheden verricht.

Als huisarts mag u iets minder uren per week vrije tarieven toepassen dan een specialist, nl. 12, en kan het om maximaal 25% van het totaal aantal prestaties gaan. Voor huisartsen is de regel dat deze 12 uur zo gespreid dienen te worden, zodat er maximaal 3 tijdsblokken van maximaal 4 uur prestaties aan het vrije tarief verricht mogen worden.

 

Waar situeert zich het verschil met de volledig ge(de)conventioneerde arts?

Zoals reeds gezegd is de geconventioneerde arts in principe gebonden door de RIZIV-tarieven, behoudens enkele uitzonderingen. In specifieke gevallen kan de geconventioneerde arts immers toch vrije tarieven vragen, nl. wanneer een patiënt bijzondere eisen stelt, zoals bijvoorbeeld onder het reeds aangehaalde voorbeeld omtrent de huisarts.

De gedeconventioneerde arts is dan weer in specifieke gevallen niet in de mogelijkheid vrije tarieven aan te rekenen waar dit normaliter nochtans wel het principe is, nl. in de door de wet bepaalde gevallen (bvb: de vergoeding voor wachtdiensten). Daarnaast kan ook bijvoorbeeld het ziekenhuis waar u als gedeconventioneerde arts werkt bepaalde limieten opleggen.

 

Sid Van Wellen & Ilse De Geyter

Contacteer ons Advocatenkantoor

Stuur ons een bericht. Eén van onze advocaten helpt je graag verder.

Contact
Website design & development by