
16 maart 2026
Prijsherziening in contracten: juridische krijtlijnen en praktische aandachtspunten
Prijsstijgingen van grondstoffen, energie, transport en lonen hebben de afgelopen jaren een duidelijke invloed gehad op commerciële relaties en bouwprojecten. Tijdens de COVID-periode, de daaropvolgende energiecrisis en de oorlog in Oekraïne werden ondernemingen geconfronteerd met sterke schommelingen in kosten en prijzen. Ook vandaag blijft die problematiek actueel. Geopolitieke spanningen, zoals het conflict in Iran en de onzekerheid rond de scheepvaart in de Straat van Hormuz, zijn onmiddellijk voelbaar.
Tegen deze achtergrond rijst steeds vaker de vraag of en onder welke voorwaarden een contractueel overeengekomen prijs nog kan worden aangepast tijdens de uitvoering van een overeenkomst. In deze blogpost wordt het juridisch kader rond prijswijzigingen en prijsherziening nader toegelicht.
Uitgangspunt: Prijsherziening is niet mogelijk
Het uitgangspunt in het Belgische contractenrecht is dat overeenkomsten de partijen tot wet strekken. Dit principe, dat vroeger was opgenomen in artikel 1134 van het oud Burgerlijk Wetboek en vandaag terug te vinden is in de artikelen 5.69 en 5.70 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, houdt in dat een overeenkomst bindend is voor de partijen en niet eenzijdig kan worden gewijzigd. Wanneer partijen een contract sluiten, verbinden zij zich ertoe de daarin opgenomen afspraken na te leven. Een partij kan de inhoud van de overeenkomst, en dus ook de prijs, niet eigenmachtig aanpassen omdat de uitvoering achteraf duurder blijkt dan verwacht.
De prijs vormt immers een essentieel bestanddeel van een overeenkomst. Die prijs moet bepaald zijn of minstens bepaalbaar op het ogenblik van de contractsluiting. Zodra de overeenkomst geldig tot stand is gekomen, ligt de prijs in principe vast. In de praktijk betekent dit dat kostenstijgingen, bijvoorbeeld door stijgende materiaalprijzen of hogere lonen, doorgaans voor rekening blijven van de partij die de prestaties moet leveren. Enkel wanneer de overeenkomst uitdrukkelijk een mechanisme voorziet om de prijs te wijzigen, kan hiervan worden afgeweken. Het belangrijkste instrument daarvoor is de prijsherzieningsclausule.
Prijsherzieningsclausules
Een prijsherzieningsclausule maakt het mogelijk om de contractprijs tijdens de uitvoering van de overeenkomst aan te passen volgens vooraf vastgelegde parameters. Dergelijke clausules worden niet vermoed en moeten expliciet worden opgenomen in de overeenkomst. Wanneer partijen een prijsherzieningsclausule voorzien, is het van belang dat deze voldoende duidelijk en concreet wordt geformuleerd. Zo moet worden bepaald op basis van welke parameters de prijs kan worden aangepast, hoe de berekening gebeurt en op welk moment of met welke frequentie een prijsherziening kan plaatsvinden. Daarnaast kan ook worden geregeld of de prijsherziening automatisch gebeurt dan wel op verzoek van een partij, en of zowel prijsstijgingen als prijsdalingen worden doorgerekend. Een goed uitgewerkte clausule kan discussies tijdens de uitvoering van het contract aanzienlijk beperken en draagt bij tot een grotere rechtszekerheid.
Wet van 30 maart 1976
Hoewel partijen in beginsel contractuele vrijheid genieten, legt de wet van 30 maart 1976 betreffende economische herstelmaatregelen belangrijke beperkingen op aan prijsherzieningsclausules. Deze wet verbiedt onder meer de indexering van commerciële prijzen op basis van het algemene indexcijfer van de consumptieprijzen of andere algemene indexcijfers. De wetgever wil daarmee vermijden dat prijsstijgingen automatisch en ongecontroleerd worden doorgerekend. Prijsherzieningen moeten daarom gebaseerd zijn op parameters die een reële kost vertegenwoordigen, zoals loonkosten, sociale lasten, grondstoffenprijzen, materiaalprijzen of wisselkoersen.
Daarnaast mag elke parameter slechts worden toegepast op het deel van de prijs dat overeenstemt met de betrokken kost. Wanneer bijvoorbeeld in een offerte een bepaald materiaal ongeveer een kwart van de totale kostprijs vertegenwoordigt, kan een prijsherziening op basis van de prijs van dat materiaal slechts op dat gedeelte van de prijs worden toegepast. Het Hof van Cassatie aanvaardt dat deze verdeling slechts marginaal wordt getoetst. Enkel wanneer er een beduidende afwijking bestaat tussen de contractueel vastgelegde verdeling en het werkelijke aandeel van de kosten, kan de clausule ongeldig worden verklaard.
Een bijkomende beperking die voortvloeit uit dezelfde wet is de zogenaamde 80%-regel. Volgens deze regel mag maximaal tachtig procent van de totale contractprijs worden onderworpen aan een prijsherziening. Minstens twintig procent van de prijs moet dus vast blijven. Wanneer bijvoorbeeld een project een totale waarde heeft van honderdduizend euro, kan slechts tachtigduizend euro variabel worden gemaakt via een prijsherzieningsmechanisme. De resterende twintigduizend euro moet ongewijzigd blijven.
Wanneer een prijsherzieningsclausule in strijd is met de wettelijke regels, kan zij bovendien absoluut nietig worden verklaard omdat zij raakt aan de economische openbare orde.
Wet van 4 april 2019
Naast deze regels moet ook rekening worden gehouden met de regelgeving inzake onrechtmatige bedingen in overeenkomsten tussen ondernemingen. Sinds de invoering van de zogenaamde B2B-wetgeving (wet van 4 april 2019) wordt een contractueel beding dat aan een van de partijen het recht geeft om de prijs eenzijdig te wijzigen zonder geldige reden vermoed onrechtmatig te zijn (art. 91/5, 1° WER). Een prijswijziging moet dus gebaseerd zijn op objectieve factoren en mag niet louter afhangen van de discretionaire wil van een van de partijen. Hoewel het niet verplicht is om alle redenen voor een prijswijziging expliciet in het contract te vermelden, is het in de praktijk wel sterk aan te raden om minstens een indicatieve lijst van objectieve factoren op te nemen. Bovendien moet de clausule duidelijk en begrijpelijk worden geformuleerd, zodat beide partijen voldoende inzicht hebben in de mogelijke gevolgen ervan (art. VI.91/2 WER).
Wettelijke correctiemechanismen bij gebrek aan prijsherzieningsclausule
Overmacht
Niet elke overeenkomst bevat echter een prijsherzieningsclausule. Wanneer zo’n clausule ontbreekt, rijst de vraag of een partij zich op andere juridische mechanismen kan beroepen om een prijsaanpassing te bekomen. Een eerste mogelijkheid is overmacht. De schuldenaar van een verbintenis dient daarbij aan te tonen dat hij in de absolute onmogelijkheid is om zijn contractuele verplichting na te komen door onvoorziene omstandigheden die hem niet toerekenbaar zijn. Volgens de rechtspraak van het Hof van Cassatie volstaat een loutere stijging van de kosten of een daling van de winstmarge niet om overmacht aan te tonen. Zelfs wanneer de uitvoering van het contract economisch bijzonder zwaar wordt, blijft zij juridisch gezien nog steeds mogelijk. Om die reden kan overmacht slechts in zeer uitzonderlijke gevallen worden ingeroepen bij prijsstijgingen.
Imprevisie of hardship
Een belangrijkere ontwikkeling in het contractenrecht is de invoering van de imprevisieleer in het nieuwe Burgerlijk Wetboek. Sinds 1 januari 2023 voorziet artikel 5.74 dat partijen een overeenkomst kunnen heronderhandelen wanneer zich onvoorzienbare omstandigheden voordoen die de uitvoering van het contract buitensporig verzwaren voor een van de partijen. Voor toepassing van deze regel moet er bovendien ook sprake zijn van een verandering van omstandigheden die onvoorzienbaar was op het moment van de contractsluiting, die niet aan de benadeelde partij kan worden toegerekend en waarvan het risico niet contractueel door die partij werd aanvaard. Indien aan deze voorwaarden is voldaan en indien de imprevisieleer niet wettelijk of contractueel werd uitgesloten, kan de benadeelde partij de andere partij uitnodigen om de overeenkomst opnieuw te onderhandelen. Wanneer die onderhandelingen mislukken, kan uiteindelijk een rechter tussenkomen en het contract aanpassen of beëindigen.
Uitvoering te goeder trouw van de overeenkomst
Tenslotte speelt ook de uitvoering te goeder trouw van een overeenkomst een belangrijke rol. Volgens dit beginsel moeten partijen hun overeenkomst loyaal en redelijk uitvoeren. In recente rechtspraak, onder meer naar aanleiding van de coronacrisis, werd geoordeeld dat partijen verplicht kunnen zijn om opnieuw te onderhandelen wanneer de contractuele balans ernstig wordt verstoord. In uitzonderlijke gevallen kan een rechter zelfs ingrijpen om een kennelijk onevenwicht te herstellen. Hoewel deze rechtspraak geen algemene regel van prijsherziening invoert, toont zij wel aan dat het contractenrecht ruimte laat voor correctie wanneer de uitvoering van een overeenkomst door uitzonderlijke omstandigheden fundamenteel uit balans raakt.
Voor ondernemingen die langdurige contracten afsluiten, blijft het daarom essentieel om vooraf na te denken over mogelijke prijsfluctuaties. Een zorgvuldig geformuleerde prijsherzieningsclausule blijft het meest efficiënte instrument om economische risico’s op te vangen en discussies tijdens de uitvoering van de overeenkomst te vermijden.
Wil u hierover graag meer weten, contacteer dan één van onze specialisten ondernemingsrecht.
Ilse De Geyter en Inne Royackers
Disclaimer
De informatie op deze website en in onze publicaties is uitsluitend bedoeld voor algemene informatiedoeleinden en vormt geen juridisch advies. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. Voor advies aangepast aan uw specifieke situatie, raden wij aan om contact op te nemen met een advocaat.






