
28 januari 2026
Persoonlijke zekerheden door bestuurders, aandeelhouders en leden: nieuwe spelregels vanaf 2026
Sinds 1 januari 2026 is Titel 1 van Boek 9 van het Burgerlijk Wetboek in werking getreden. Deze titel introduceert een uniform wettelijk kader voor persoonlijke zekerheden en vervangt onder meer het klassieke, versnipperde regime van de borgtocht. Hoewel de hervorming vaak wordt besproken vanuit het perspectief van consumentenbescherming, zijn de gevolgen minstens even relevant in de vennootschaps- en verenigingspraktijk.
Bestuurders, aandeelhouders en leden worden immers regelmatig gevraagd om persoonlijke zekerheden te verstrekken voor verbintenissen van de rechtspersoon. Het nieuwe recht noodzaakt tot een hernieuwde kwalificatie van hun rol en van de rechtsgevolgen van dergelijke engagementen.
Eén wettelijk kader voor alle persoonlijke zekerheden
Boek 9 verlaat de klassieke benadering waarbij enkel de borgtocht uitdrukkelijk wettelijk werd geregeld. Voortaan vallen alle verbintenissen waarbij een derde instaat voor de schuld van een schuldenaar onder het overkoepelende begrip persoonlijke zekerheid.
In de context van vennootschappen en verenigingen betreft dit onder meer:
- borgstellingen door bestuurders of aandeelhouders;
- groepsgaranties binnen een concern;
- patronaatsverklaringen of comfort letters;
- hoofdelijkheid die functioneert als zekerheid.
De wetgever beoogt hiermee meer kwalificatiezekerheid en een beter evenwicht tussen contractsvrijheid en bescherming van zwakkere partijen.
De consumentenborg: bescherming, maar niet voor iedereen
Een centrale nieuwigheid is het specifieke regime van de consumentenborg. Dit beschermingsstelsel is voorbehouden aan natuurlijke personen die een persoonlijke zekerheid stellen buiten hun beroeps- of ondernemingsactiviteit.
In een vennootschaps- of verenigingscontext is dit onderscheid cruciaal. Wie optreedt:
- als (feitelijk) bestuurder,
- of als aandeelhouder met economische betrokkenheid,
zal in de regel worden geacht te handelen binnen een professionele of ondernemingscontext. In dat geval is het consumentenregime niet van toepassing, ook al gaat het om een natuurlijke persoon.
De hervorming bevestigt daarmee een tendens die reeds in de rechtspraak zichtbaar was: de bescherming van de “zwakke borg” is niet bedoeld voor insiders die bewust en strategisch deelnemen aan het economisch risico van de rechtspersoon.
Bestuurders en aandeelhouders: geen automatische bescherming
Voor bestuurders en aandeelhouders verandert de kwalificatie van hun borgstelling inhoudelijk weinig, maar de motivering wordt explicieter wettelijk verankerd. Zij kunnen zich in principe niet beroepen op:
- de herkwalificatie van andere zekerheden tot borgtocht;
- de dwingende informatie- en waarschuwingsplichten uit het consumentenregime;
- rechterlijke matiging louter op basis van disproportionaliteit.
Dat geldt ook wanneer de zekerheid wordt verstrekt “uit familiale overwegingen” of om de continuïteit van de vennootschap te vrijwaren. De functionele band met de rechtspersoon blijft doorslaggevend.
Voor aandeelhouders zonder bestuursmandaat is de beoordeling genuanceerder, maar ook daar zal de economische betrokkenheid vaak primeren.
Boek 9 maakt bovendien een einde aan de rechtsonzekerheid die in het verleden bestond omtrent de positie van samenwonende partners. De wetgever kiest uitdrukkelijk voor een functionele benadering, waarbij niet het louter economisch voordeel doorslaggevend is, maar wel de vraag of de betrokkene controle uitoefent over de rechtspersoon. Daarbij wordt aangeknoopt bij het begrip controle in de zin van de artikelen 1:14 en 1:18 WVV, met name de juridische of feitelijke bevoegdheid om een beslissende invloed uit te oefenen op het beleid of de besluitvorming. Bij gebreke aan dergelijke controle kan een samenwonende partner van een aandeelhouder of bestuurder in principe nog steeds als consument worden gekwalificeerd en zich dus beroepen op de beschermingsregels van de consumentenborg.
Verenigingen: bijzondere aandacht voor leden en vrijwilligers
In verenigingscontexten rijzen bijkomende vragen. Niet elke bestuurder of actief lid handelt noodzakelijk in een ondernemingslogica. Toch zal ook hier moeten worden nagegaan:
- of de betrokkene structureel betrokken is bij het beleid;
- of de zekerheid verband houdt met de activiteiten van de vereniging;
- of er sprake is van een duurzame organisatorische rol.
Een louter ondersteunend lid dat uitzonderlijk een borg stelt, kan mogelijk wél als consument kwalificeren. Het nieuwe recht laat ruimte voor deze feitelijke beoordeling, maar verhoogt tegelijk de bewijslast en motiveringsplicht voor schuldeisers.
Wie draagt de bewijslast?
Het consumentenborg-regime is slechts van toepassing wanneer de zekerheidsteller kan worden gekwalificeerd als consument. In geval van betwisting zal de schuldeiser die zich op de persoonlijke zekerheid beroept, moeten aantonen dat dit beschermingsregime niet van toepassing is, met name dat de zekerheid werd verstrekt in een professionele of ondernemingscontext. In de vennootschaps- en verenigingspraktijk zal dit doorgaans weinig problemen opleveren wanneer de zekerheidsteller bestuurder, actief aandeelhouder of beleidsbepaler is, aangezien diens functionele band met de rechtspersoon in dat geval meestal volstaat om het consumentenkarakter uit te sluiten.
Contractuele en governance-implicaties
De hervorming heeft concrete gevolgen voor de praktijk van het vennootschaps- en verenigingsrecht:
- Zekerheidsdocumenten moeten duidelijk kwalificeren in welke hoedanigheid de natuurlijke persoon optreedt.
- Bestuurders doen er goed aan om borgstellingen te koppelen aan interne besluitvorming en, waar nodig, belangenconflictprocedures.
- In verenigingen is voorzichtigheid geboden bij het aanspreken van leden voor persoonlijke waarborgen, zeker zonder formeel mandaat.
Daarnaast blijft de algemene aansprakelijkheidslogica van het WVV onverkort van toepassing: het verstrekken van buitensporige of onvoldoende gemotiveerde zekerheden kan ook interne aansprakelijkheidsrisico’s meebrengen.
Besluit
Boek 9 BW bevestigt dat persoonlijke zekerheden in een vennootschaps- en verenigingscontext geen louter privaat engagement vormen, maar ingebed zijn in een ruimere juridische en economische realiteit. De consumentenborg biedt daarbij gerichte bescherming, zij het niet aan personen die deelnemen aan het beleid of het economisch risico van de rechtspersoon.
Voor bestuurders, aandeelhouders en leden van verenigingen blijft een zorgvuldige juridische omkadering van persoonlijke zekerheden dan ook essentieel.
Wenst u te vernemen welke gevolgen deze nieuwe regels hebben voor uw specifieke situatie, dan kunt u steeds contact opnemen met onze specialisten in het vennootschaps- en ondernemingsrecht.
Disclaimer
De informatie op deze website en in onze publicaties is uitsluitend bedoeld voor algemene informatiedoeleinden en vormt geen juridisch advies. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. Voor advies aangepast aan uw specifieke situatie, raden wij aan om contact op te nemen met een advocaat.






