Overheid

Kunnen stedenbouwkundige misdrijven ‘afgekocht’ worden? Aanvraagprocedure minnelijke schikking vereenvoudigd

Sep 24, 2020
Kunnen stedenbouwkundige misdrijven ‘afgekocht’ worden? Aanvraagprocedure minnelijke schikking vereenvoudigd

Met een zekere regelmaat berichten de media over (gegoede) verdachten van sociale of fiscale fraude die een ‌minnelijke schikking bereiken en hun proces hiermee ‘afkopen’. Hoewel niet meteen geliefd bij het grote publiek, geniet de minnelijke schikking in dergelijke zaken alleszins de nodige bekendheid. Minder bekend is evenwel de mogelijkheid tot een minnelijke schikking inzake stedenbouwkundige misdrijven. Deze is  geregeld door art. 6.4.19 ev. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO). Recent werd de aanvraagprocedure voor een dergelijke minnelijke schikking gestroomlijnd: met de inwerkingtreding van het Ministerieel Besluit van 23 juli 2020 op 11 september 2020 zullen alle aanvragen middels één uniform modelformulier kunnen worden ingediend.

 

Wanneer en hoe kan een minnelijke schikking inzake stedenbouw worden aangevraagd?

Niet elk stedenbouwkundig misdrijf kan afgehandeld worden met een minnelijke schikking. De gedetailleerde toepassingsvoorwaarden zijn terug te vinden in art. 6.4.19 VCRO. Zo mag de overeengekomen schikking niet strijden met het gezag van gewijsde van een rechterlijke uitspraak. Bovendien moet alleszins voldaan worden aan de zogenaamde rangorde inzake handhaving, waarbij nagegaan wordt of, in het licht van de goede ruimtelijke ordening, kan volstaan worden met de betaling van een meerwaarde, dan wel of (ook) bepaalde aanpassingswerken vereist zijn, dan wel of de afbraak noodzakelijk is. Uiteraard zal de minnelijke schikking pas echt interessant zijn wanneer de betaling van een bepaalde geldsom kan volstaan dan wel (slechts) bepaalde aanpassingswerken vereist zijn.

 

Een minnelijke schikking moet expliciet gevraagd worden door de overtreder en/of belanghebbende die door de schikking gebonden wenst te worden en zal dus niet actief worden voorgesteld/aangeboden.

 

Het is vervolgens aan de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur, gemeentelijk stedenbouwkundig inspecteur of burgemeester om te beslissen of men op de aanvraag tot minnelijke schikking wenst in te gaan of niet. Het is aldus een mogelijkheid, doch geen verplichting in hoofde van de overheid om in te gaan op een aanvraag.

 

Indien alle betrokken partijen uiteindelijk tot een definitieve, ondertekende schikking komen, dooft elk (publiek) herstelvorderingsrecht uit dat betrekking heeft op herstel of vergoeding van eventuele schade, geleden door het algemeen belang.

 

Het gevolg is dat de goederen behouden kunnen blijven én dat zij in aanmerking komen voor een vergunning voor het uitvoeren van vergunningsplichtige stabiliteitswerken.

 

Na uitvoering van de minnelijke schikking, vb. door betaling van een meerwaarde, kunnen de goederen evenwel niet als (hoofdzakelijk) vergund aanzien worden. Dit kan natuurlijk gevolgen hebben voor de toepassing van de basisrechten zonevreemde woningen/constructies. Voor de toepassing daarvan is immers vereist dat de werken worden uitgevoerd aan ‘hoofdzakelijk’ vergunde of vergund geachte constructies. Aangezien de minnelijke schikking niet leidt tot een vergund statuut, is het mogelijk dat na minnelijke schikking, de constructie (nog steeds) niet ‘hoofdzakelijk vergund is’.

 

Bovendien zullen ook bepaalde vrijstellingen van vergunningsplicht niet van toepassing zijn omdat de vrijstelling in bepaalde gevallen eveneens gekoppeld is aan het (hoofdzakelijk)vergunde karakter

 

Het is ook belangrijk om te verduidelijken dat een dergelijke schikking geen impact heeft op de rechten van derden-belanghebbenden/omwonenden die hinder of nadelen van het ‘afgekochte’ stedenbouwkundig misdrijf ondervinden. Zij kunnen aldus nog steeds een eventuele private herstelvordering (art. 1382 BW) en/of een vordering, gebaseerd op burenhinder (art. 544 BW) voor de burgerlijke rechtbank inleiden.

 

Naar één uniform modelaanvraagformulier, ongeacht het type overtreding

 

Tot vóór de inwerkingtreding van het nieuwe Ministerieel Besluit van 23 juli 2020 op 11 september 2020 werd de aanvrager van een minnelijke schikking geconfronteerd met maar liefst vier verschillende aanvraagformulieren, elk gericht op een specifieke type stedenbouwkundig misdrijf.

 

De Minister maakt thans komaf met deze nodeloze complexiteit: sinds 11 september bestaat er nog slechts één uniform aanvraagformulier, waarop o.m. de persoonlijke gegevens van de aanvrager(s) en de zakelijke gerechtigden van het goed, de (kadastrale) gegevens van het goed en het onderwerp van de aanvraag (beschrijving van de feiten en voorwerp van het eventuele herstel) moeten worden ingevuld.

 

Bijzondere aandacht moet worden besteed bij aanvragen die ingrijpende herstelmaatregelen/aanpassingswerken omvatten, die vanuit hun aard de medewerking van een architect vereisen. In voorkomend geval zal het aanvraagformulier mede ondertekend worden door de architect van de aanvrager(s).

 

Niettegenstaande de procedurele vereenvoudiging, blijft het aanvragen van een minnelijke schikking – o.m. door de stringente toepassingsvoorwaarden – geen eenvoudige aangelegenheid. Forum Advocaten beschikt over een team van experten omgevingsrecht die over de nodige expertise beschikken om u bij een aanvraag tot minnelijke schikking te begeleiden. Aarzel niet om hierover met één van onze experten contact op te nemen.

Joram Maes & Reiner Tijs

Contacteer ons advocatenkantoor

Stuur ons een bericht. Eén van onze advocaten helpt u graag verder.

Contact
Website design & development by