relatiegericht-icon Relatiegerichte advocatuur
transparant-icon Transparante werkwijze
expert-icon Team van juridische experten
reactie-icon Snel antwoord
resultaat-icon Resultaatgerichte aanpak

Ondernemings- en vennootschapsrecht - Distributie en commerciële contracten

Wat heeft het nieuwe boek 5 Verbintenissen van het Burgerlijk Wetboek in petto? - Deel 2

Sep 8, 2022
Wat heeft het nieuwe boek 5 Verbintenissen van het Burgerlijk Wetboek in petto? - Deel 2

Het napoleontisch Burgerlijk Wetboek was aan vernieuwing toe en dus heeft de wetgever (o.m.) het verbintenissenrecht in een nieuw jasje gestoken. Het nieuwe boek 5 Verbintenissen van het Burgerlijk Wetboek heeft verschillende nieuwigheden in petto. In dit deel bespreken wij de invoering van (i) de bepalingen omtrent misbruik van omstandigheden bij de totstandkoming van een contract, (ii) de nietigverklaring op eenzijdige kennisgeving, en (iii) de anticipatieve ontbinding.

Misbruik van omstandigheden bij de totstandkoming van het contract

Opdat een overeenkomst geldig tot stand kan komen, is ook onder het nieuwe verbintenissenrecht vereist dat elke partij vrij en bewust haar toestemming verleent. De toestemming van partijen mag met andere woorden niet behept zijn met een wilsgebrek.

Voor zover niets nieuws. In het nieuw Burgerlijk Wetboek zal echter het misbruik van omstandigheden bij de totstandkoming van een contract voortaan ook als een wilsgebrek worden beschouwd (art. 5.37 nieuw BW). Deze bepaling is eigenlijk een codificering van de in de rechtspraak en rechtsleer ontwikkelde rechtsfiguur van de gekwalificeerde benadeling.

Voorwaarden

Opdat er sprake is van misbruik van omstandigheden, dient er aan drie voorwaarden te zijn voldaan:

  1. Er is een kennelijk onevenwicht tussen de wederzijds bedongen prestaties
    • Uit het woord “kennelijk” kan worden afgeleid dat de rechter slechts een marginaal toetsingsrecht heeft en aldus niet het minste onevenwicht in prestaties volstaat om te spreken van misbruik van omstandigheden.
  2. Er is sprake van misbruik van concrete omstandigheden van inferioriteit
    • Er is misbruik van de concrete omstandigheden van inferioriteit waarin het slachtoffer zich bij de contractsluiting bevond waardoor de medecontractant zich een voordeel heeft weten toe te eigenen. De bedoelde omstandigheden van inferioriteit kunnen voortvloeien zowel uit persoonlijke kenmerken, zoals de fysieke, morele of financiële noodtoestand, de zwaktes of de onwetendheid of onervarenheid van het slachtoffer, als uit omstandigheden van economische of functionele superioriteit in hoofde van de misbruikplegende partij, die zich bv. in een monopoliepositie of een machtspositie bevindt.
  3. Er is een oorzakelijk verband tussen het misbruik en het kennelijk onevenwicht
    • Deze voorwaarde impliceert dat niet elk kennelijk onevenwicht zal volstaan om te voldoen aan de toepassingsvoorwaarden van art. 5.37 nieuw BW. Er zal moeten worden aangetoond dat er sprake is van misbruik van omstandigheden én dat het kennelijk onevenwicht in prestaties het gevolg is van dit misbruik.

Sancties

Het kennelijk onevenwicht in bedongen prestaties dat het gevolg is van een misbruik van omstandigheden, leidt in principe tot de relatieve nietigheid. Wanneer het misbruik echter niet doorslaggevend is, kan de zwakke partij voortaan ook de aanpassing van haar verbintenissen vragen aan de rechter.

Nietigverklaring op eenzijdige kennisgeving

Vernietigbaar versus nietigheid

Artikel 5.59, eerste lid van het nieuwe BW is een codificatie van het rechtsbeginsel dat nietigheid nooit van rechtswege intreedt. Een contract dat is aangetast door een nietigheidsgrond is aldus niet van rechtswege nietig, doch wel vernietigbaar.

Minnelijke versus gerechtelijke nietigverklaring

Het tweede lid van art. 5.59 nieuw BW verankert de mogelijkheid van een minnelijke of gerechtelijke nietigverklaring van het contract.

Een minnelijke nietigverklaring veronderstelt dat de nietigheidsgrond daadwerkelijk bestaat. Bij gebrek daaraan is het akkoord nietig voor zover het een minnelijke nietigverklaring vormt. Het weze evenwel opgemerkt dat een minnelijke nietigverklaring die zelf nietig is bij gebrek aan het bestaan van een nietigheidsgrond, geherkwalificeerd kan worden als een opzegging door wederzijdse toestemming van de partijen.

Het zal aldus niet evident zijn om terug te krabbelen van een minnelijke nietigverklaring, zelfs wanneer deze zelf nietig is, nu deze in veel gevallen toch de beëindiging van de overeenkomst met zich zal meebrengen. Men kan dus best niet lichtzinnig overgaan tot een minnelijke nietigverklaring.

In geval van een gerechtelijke nietigverklaring, is het contract nietig verklaard van zodra een gerechtelijke uitspraak het bestaan van de nietigheidsgrond erkent.

De vernieuwing: invoering nietigverklaring op eenzijdige kennisgeving

Het derde lid van art. 5.59 nieuw BW brengt de invoering met zich mee van de nietigverklaring op eenzijdige kennisgeving. Met deze nieuwigheid heeft de wetgever de paradox willen verhelpen dat een buitengerechtelijke ontbinding wel werd erkend, maar de mogelijkheid van een buitengerechtelijke nietigverklaring niet. Dit terwijl de nietigheidsgronden het bestaan van het contract radicaler treffen dan een niet-nakoming begaan tijdens zijn levensloop.

De nietigverklaring op eenzijdige kennisgeving dient steeds schriftelijk te gebeuren. Er zijn echter geen andere vormvoorschriften. De nietigverklaring op eenzijdige kennisgeving kan aldus zowel per aangetekende brief als per gewone brief, maar ook bijvoorbeeld via e-mail of deurwaardersexploot.

De gevolgen van de nietigverklaring zijn beperkt tot de verbintenissen of tot de bedingen aangetast door nietigheid indien zij deelbaar zijn van de rest van het contract. De kennisgeving die aan één partij werd gedaan, impliceert derhalve niet noodzakelijk dat het contract ook nietig is t.a.v. de andere partijen.

De nietigverklaring geschiedt bovendien steeds op risico van de partij die ze uitbrengt, nu de wederpartij de nietigverklaring steeds kan betwisten in een gerechtelijke procedure. Indien de rechter dan vaststelt dat een partij de overeenkomst ten onrechte nietig verklaarde, maar deze partij ondertussen haar verbintenissen staakte, kan dit de ontbinding ten laste van de partij die haar verbintenissen staakte rechtvaardigen.

De nietigheid op eenzijdige kennisgeving verjaart (net zoals de nietigheid door middel van vordering) na vijf jaar nadat men kennis heeft van de nietigheidsgrond en alleszins na twintig jaar na het sluiten van het contract. Na het verstrijken van deze termijn, is het niet langer mogelijk om de overeenkomst nietig te verklaren op eenzijdige kennisgeving.

Anticipatieve ontbinding

De anticipatieve ontbinding of anticipatory breach maakt de oversteek van het common law-rechtstelsel en het Weens Koopverdrag naar het gemeen verbintenissenrecht (art. 5.90 nieuw BW).  Dat houdt in dat in uitzonderlijke omstandigheden het contract ook kan worden ontbonden wanneer het duidelijk is dat de schuldenaar, na te zijn aangemaand om binnen een redelijke termijn voldoende waarborgen te bieden voor de goede uitvoering van zijn verbintenissen, zijn verbintenissen niet tijdig zal nakomen en dat de gevolgen van die niet-nakoming voldoende ernstig zijn voor de schuldeiser.

Dit is -in de woorden van de wetgever- een aanzienlijke vernieuwing, nu de schuldeiser onder bepaalde voorwaarden het recht krijgt om de overeenkomst te ontbinden, zelfs wanneer de prestaties van zijn schuldenaar op dat ogenblik nog niet opeisbaar zijn. Men spreekt in dat geval van een voortijdige niet-nakoming.

Alvorens de schuldeiser tot ontbinding kan overgaan, krijgt de schuldenaar evenwel nog een laatste kans om de schuldeiser afdoende zekerheid te verschaffen dat zijn verbintenissen zullen worden nagekomen.

Wat evenwel beschouwd moet worden als uitzonderlijke omstandigheden of wanneer er sprake is van gevolgen van de niet-nakoming die voldoende ernstig zijn voor de schuldeiser, wordt niet verduidelijkt.

Deze bepaling is echter van aanvullend recht, zodat partijen in hun overeenkomst duidelijke afspraken kunnen maken over wat zij beschouwen als uitzonderlijke omstandigheden en voldoende ernstige gevolgen. Uiteraard betekent dit ook dat partijen ervoor kunnen opteren om de anticipatieve ontbinding contractueel uit te sluiten.

De schuldeiser die tot ontbinding overgaat, dient de schuldenaar hiervan schriftelijk in kennis te stellen.

De anticipatieve ontbinding biedt een bescherming voor schuldeisers tegen een toekomstige wanprestatie. De schuldeiser hoeft hierdoor de effectieve verwezenlijking van deze wanprestatie niet af te wachten en kan snel zijn contractvrijheid herwinnen wanneer duidelijk is dat de schuldenaar zijn verbintenissen niet zal nakomen. Het uitgangspunt blijft echter dat een overeenkomst partijen tot wet strekt, de anticipatieve ontbinding vormt hierop de afwijking dewelke slechts in uitzonderlijke omstandigheden toepassing kan vinden. Een schuldeiser gaat aldus best niet lichtzinnig over tot ontbinding.

Inwerkingtreding

Natuurlijk is het ook van belang om te weten wanneer al deze nieuwe wetgeving in werking treedt. Gelet op de publicatie van het nieuwe boek 5 “Verbintenissen” op 1 juli 2022, zal dit boek in werking treden op 1 januari 2023. De nieuwe wetgeving zal van toepassing zijn op alle rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze wet.

Partijen kunnen evenwel kiezen voor een opt-in, teneinde de nieuwe wetgeving eveneens toe te passen op contracten afgesloten vóór de inwerkingtreding.

Heeft u nog vragen over deze nieuwe wetgeving of twijfelt u om het nieuwe verbintenissenrecht nu reeds toe te passen op uw contracten? Neem dan zeker contact op met onze specialisten verbintenissenrecht zodat wij u op maat kunnen adviseren.

Geert de Hoon en Ilse De Geyter