relatiegericht-icon Relatiegerichte advocatuur
transparant-icon Transparante werkwijze
expert-icon Team van juridische experten
reactie-icon Snel antwoord
resultaat-icon Resultaatgerichte aanpak

Overheidsrecht en omgevingsrecht - Omgeving (ruimtelijke ordening, stedenbouw en milieu)

Sijpelen de klimaatdoelstellingen stilaan door in het vergunningsproces?

Jan 14, 2022
Sijpelen de klimaatdoelstellingen stilaan door in het vergunningsproces?

Kan een vergunning voor een tankstation geweigerd worden op grond van klimaatdoelstellingen? In een recent baanbrekend en ophefmakend arrest werd een omgevingsvergunning voor de bouw en de exploitatie van een nieuw tankstation voor fossiele brandstoffen vernietigd. De gemeente Boechout had zich eerder via een ‘Burgemeestersconvenant’ voor bepaalde klimaatdoelstellingen geëngageerd en volgens de Raad voor Vergunningsbetwistingen moest de deputatie als vergunningverlenende overheid hier rekening mee houden. De klimaatdoelstellingen zouden immers een wezenlijk beoordelingscriterium van het lokaal vergunningenbeleid vormen. Nochtans werden de klimaatdoelstellingen in een niet-bindend beleidsdocument vastgelegd. Klimaat – rechtszekerheid: 1 – 0?

 

RvVb erkent klimaatdoelstellingen als wezenlijk beoordelingscriterium van het lokaal vergunningenbeleid

Weigering door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Boechout

In 2019 diende Gabriëls & Co bij de gemeente Boechout een vergunningsaanvraag in voor de bouw en exploitatie van een nieuw tankstation. De vergunning werd geweigerd omwille van klimaatredenen. De gemeente Boechout had immers het ‘Burgemeestersconvenant’ ondertekend, een beleidsdocument waarin de gemeente zich had geëngageerd voor een aantal klimaatdoelstellingen. Er werd een klimaatactieplan opgesteld, waar de omschakeling naar CO²-neutrale vervoersmodi deel van uit maakte. Het tankstation zou echter enkel fossiele brandstoffen verkopen, wat volgens de gemeente tegen deze klimaatdoelstellingen in zou gaan. Het tankstation is een ‘klassiek tankstation’ dat bijvoorbeeld geen snellaadpunt voor elektrische wagens voorzag.

 

Vergunning door de deputatie van de provincie Antwerpen

Gabriëls & Co ging tegen deze beslissing in beroep. Op 23 januari 2020 leverde de deputatie van de provincie Antwerpen een vergunning af. Na een schorsings- en vernietigingsprocedure bij de RvVb werd deze vergunning geschorst en wat later ook vernietigd. De deputatie moest dus opnieuw een beslissing nemen over de vergunningsaanvraag.

Op 22 oktober 2020 verleende de deputatie opnieuw een vergunning voor het tankstation. De deputatie is het niet eens met de weigeringsgrond van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Boechout. Volgens het college gaat een ‘klassiek’ tankstation voor fossiele brandstoffen manifest in tegen de klimaatdoelstellingen van de gemeente. Volgens de deputatie daarentegen is dit geen geldige reden om de aanvraag milieutechnisch te weigeren.

Een aantal mensen trok tegen de vergunningsbeslissing naar de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Volgens hen is de vergunning in strijd met artikel 4.3.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en de formele motiveringsplicht. Volgens artikel 4.3.4 VCRO kan een vergunning worden geweigerd wanneer het aangevraagde onwenselijk is in het licht van doelstellingen of zorgplichten die worden gehanteerd binnen andere beleidsvelden dan de ruimtelijke ordening. De verzoekende partijen verwijzen hierbij naar het Klimaatakkoord van Parijs, door België en de Europese Unie geratificeerd, en naar het feit dat deze doelstellingen door de gemeenteraad werden onderschreven. Een onderzoek door de deputatie was dan ook noodzakelijk.

De gemeente Boechout treedt dit standpunt bij en verduidelijkt dat de klimaatdoelstellingen, als deel van het gemeentelijk beleidsveld milieu, uitdrukkelijk werden aangenomen. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Boechout had bovendien een ongunstig advies uitgebracht. Bijgevolg moest de deputatie motiveren waarom de vergunning, ondanks het advies, toch werd verleend.

 

Klimaatdoelstellingen als wezenlijk beoordelingscriterium

Volgens de Raad voor Vergunningsbetwistingen is de zorg voor het klimaat onmiskenbaar een doelstelling of zorgplicht van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Boechout. Dit blijkt uit de ondertekening van het ‘Burgemeestersconvenant’ door de gemeenteraad.

Volgens artikel 4.3.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan een vergunning worden geweigerd indien uit een verplicht in te winnen advies blijkt dat het aangevraagde onwenselijk is in het licht van doelstellingen of zorgplichten die gehanteerd worden binnen andere beleidsvelden dan de ruimtelijke ordening. Het gaat hierbij onder meer om internationaalrechtelijke en Europeesrechtelijke bepalingen die de overheid bij de uitvoering of de interpretatie van de regelgeving, of bij het voeren van een beleid verplichten tot de inachtneming van een bepaalde doelstelling of van bepaalde voorzorgen. Het is hiervoor niet noodzakelijk dat deze doelstellingen of zorgplichten op zichzelf beschouwd voldoende juridisch duidelijk zijn om onmiddellijk te kunnen worden uitgevoerd.

Het artikel bevat volgens de Raad “een facultatieve weigeringsgrond voor projecten die niet wenselijk geacht worden omwille van doelstellingen en zorgplichten in het beleidsdomein van de adviserende instantie”. De deputatie heeft weliswaar een appreciatiebevoegdheid in haar beoordeling, maar de klimaatdoelstellingen uit het Burgemeestersconvenant konden niet zomaar terzijde worden geschoven. De deputatie moest de gevolgen van het advies van het schepencollege op basis van een duidelijke zorgplicht en doelstelling gedegen onderzoeken.

De Raad maakt bovendien een link met artikel 1.1.4 VCRO. Dit artikel bevat algemene doelstellingen en bepaalt bijvoorbeeld dat de behoeften van de toekomstige generaties niet in het gedrang mogen komen en dat er rekening moet worden gehouden met de toekomstige gevolgen voor het leefmilieu. Volgens de Raad is het niet onredelijk dat de gemeente in het kader van haar gemeentelijke klimaatdoelstellingen inspanningen vraagt aan actoren die projecten in de gemeente aanvragen. Dat de aanvrager bijvoorbeeld zonnepanelen of snellaadpalen zou moeten voorzien, naast de fossiele brandstoffen, is volgens de Raad geen buitenmatige of kennelijk onredelijke eis.

Volgens de Raad voor Vergunningsbetwistingen vormen de klimaatdoelstellingen van de gemeente in deze omstandigheden een wezenlijk beoordelingscriterium van het lokaal vergunningenbeleid.

 

Onverenigbaarheid met de onmiddellijke omgeving

Enige nuance is wel dat de vergunning van de deputatie ook om een tweede reden werd vernietigd. De Raad was immers van oordeel dat uit de vergunning niet blijkt dat de bestaanbaarheid van het tankstation binnen woongebied en de verenigbaarheid met de goede ruimtelijke ordening voldoende werd onderzocht.

 

Klimaat 1 – rechtszekerheid 0? 

Het arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen werd reeds bekritiseerd in de media, omdat de klimaatdoelstellingen in een niet-bindend beleidsdocument werden vastgelegd. Aangezien de ‘Burgemeestersconvenant’ een louter beleidsdocument is en geen bindende regelgeving, had de Raad dit volgens critici niet in aanmerking mogen nemen. Bovendien zou de Raad zich daarmee op een ‘gladde helling’ kunnen begeven waarbij ook andere (potentieel) schadelijke activiteiten systematisch zullen worden geweigerd. Immers, aangezien de gemeente nu de vergunning van een tankstation kan weigeren omwille van klimaatdoelstellingen, lijkt de poort naar gelijkaardige weigeringsbeslissingen wagenwijd open te staan voor gemeenten die zich uitdrukkelijk voor het klimaat engageren, zelfs in documenten die in principe niet juridisch afdwingbaar zijn.

Anderzijds lijkt dit arrest te kaderen in een prille evolutie in de klimaatrechtspraak. Waar rechtbanken zich vroeger terughoudend leken op te stellen ten aanzien van klimaatargumenten, lijkt er een ware (r)evolutie op gang te komen waarbij het aantal klimaatzaken aanzienlijk toeneemt en rechters zich steeds meer aan een inhoudelijke beoordeling wagen. Denk bijvoorbeeld aan de ‘Klimaatzaak’ voor de rechtbank van eerste aanleg te Brussel waarbij de Belgische overheden werden veroordeeld voor een onzorgvuldig klimaatbeleid. Hoewel er geen concrete doelstellingen werden opgelegd, weerhield de rechtbank wel een schending van mensenrechten, in het bijzonder de artikelen 2 en 8 van het EVRM die het recht op leven en het recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven waarborgen. Op korte tijd lijkt het klimaatthema zijn weg niet alleen in burgerlijke procedures maar ook in administratieve procedures te hebben gevonden.

 

Besluit

Het arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen lijkt te kaderen in een grotere, zij het prille, evolutie naar meer klimaatrechtspraak. Niet iedereen lijkt het echter eens te zijn met deze evolutie, minstens niet met de idee dat niet-bindende klimaatdoelstellingen toch doorwerken in het vergunningenbeleid. Het wordt bijgevolg in spanning afwachten welke gevolgen dit arrest in de praktijk zal hebben en hoe ver de invloed op toekomstige vergunningsprocedures reikt.

Heeft u vragen over de invloed van klimaat op het omgevingsrecht? Neem dan zeker contact op met onze specialisten omgeving zodat wij u op maat kunnen adviseren.

 

Amber Simons & Reiner Tijs