relatiegericht-icon Relatiegerichte advocatuur
transparant-icon Transparante werkwijze
expert-icon Team van juridische experten
reactie-icon Reactie binnen 24u
resultaat-icon Resultaatgerichte aanpak

Overheidsrecht en omgevingsrecht

Is het mogelijk om een hobbystal voor paarden te plaatsen in agrarisch gebied?

Mar 4, 2020
Is het mogelijk om een hobbystal voor paarden te plaatsen in agrarisch gebied?

Waar moet een paardenliefhebber zijn hobbypaarden stallen? Mag hij een hobbystal plaatsen in het agrarisch gebied? En zo ja, onder welke voorwaarden?

Op 22 oktober 2019 oordeelde de Raad voor Vergunningsbetwistingen (nummer RvVb-A-1920-0208) dat de aangevraagde stal voor weidedieren binnen een straal van 50 meter van de woning of het bedrijfsgebouw van de aanvrager van de stal moet gelegen zijn. Volgens de Raad kan het niet zomaar om eender welke in de nabijheid gelegen woning of bedrijfsgebouw gaan. Ook de Vlaamse minister van omgeving sluit zich, naar aanleiding van een schriftelijke parlementaire vraag, aan bij deze vernieuwde rechtspraak van de Raad. 

 

Hobbystallen voor weidedieren in agrarisch gebied

Huidige regelgeving

Sinds de inwerkingtreding van de ‘Codextrein’ of het Decreet van 8 december 2017 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving is het voor paardenliefhebbers onder bepaalde voorwaarden mogelijk om een hobbystal op te richten in het agrarisch gebied.

Artikel 4.4.8/2 VCRO bepaalt dat één stal voor hobbyweidedieren in gebieden met de gebiedsaanduiding “landbouw” kan worden vergund, voor zover er geen bestaande stallingsmogelijkheden zijn, en voor zover voldaan is aan de volgende voorwaarden:

1°de stal wordt volledig opgericht binnen een straal van vijftig meter van een hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte residentiële woning of bedrijfswoning;

2°de stal heeft een maximale kroonlijsthoogte van 3,5 meter;

3°de stal heeft een maximale vloeroppervlakte van 120 vierkante meter per hectare graasland, met een absoluut maximum van 200 vierkante meter.

Daarnaast dient er ook rekening gehouden te worden met de landschappelijke inpasbaarheid in het betrokken gebied. Verder is deze regeling niet van toepassing op ruimtelijk kwetsbaar gebied, bouwvrij agrarisch gebied of agrarisch gebied met overdruk natuurverweving.

 

Een vergunde of vergund geachte woning of bedrijfswoning

In de rechtspraak en rechtsleer werd het standpunt ingenomen dat de hobbystal binnen de straal van 50 meter van een vergunde residentiële woning of bedrijfswoning gelegen dient te zijn. Volgens deze zienswijze diende de vergunde woning of bedrijfswoning niet de woning te zijn van de aanvrager van de stal.

Op verschillende fora voor paardenliefhebbers kunnen we terugvinden dat de woning, die binnen een straal van 50 meter van de hobbystal ligt, niet de woning in eigendom van de vergunningsaanvrager dient te zijn.

Er werd bijgevolg uitgegaan van de hypothese dat de hobbystal binnen een straal van 50 meter van eender welke residentiële woning of bedrijfswoning gelegen diende te zijn, ongeacht of het om de woning van de vergunningsaanvrager zou gaan.

 

Raad voor Vergunningsbetwistingen zorgt voor verduidelijking

In een recent arrest van 22 oktober 2019 oordeelt de Raad dat er met de voorwaarde die wordt gesteld in art. 4.4.8/2, §1, eerste lid, 1° VCRO uiteraard de woning van de vergunningsaanvrager wordt bedoeld. De Raad oordeelt verder:

“Het is niet in te denken dat in die regeling de afstand van de woning van de aanvrager tot de stal, toch mede bepalend voor de mogelijkheid van toezicht op en opvolging van de dieren, niet van belang zou zijn. Evenmin is het in te denken dat in een dergelijke afwijkingsregeling de vergunningstoestand van de woning van de aanvrager zelf geen rol zou spelen.”

In deze zaak werd een andere woning dan de woning van de vergunningsaanvrager gebruikt als maatstaf voor de afstandsregeling van maximaal 50 meter tussen de hobbystal en de vergunde woning. De Raad maakt bijgevolg duidelijk dat het wel degelijk om de woning van de vergunningsaanvrager moet gaan. 

 

Vlaams minister Demir sluit zich aan bij de zienswijze van de Raad

Naar aanleiding van het hierboven vermelde arrest van de Raad werd er op 13 december 2019 een parlementaire vraag gesteld aan de Vlaamse minister voor Omgeving. De Vlaamse minister is van oordeel dat, gelet op het recent arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen, niet anders geoordeeld kan worden dan dat het artikel geïnterpreteerd moet worden in de zin dat het dient te gaan om de woning van de vergunningsaanvrager.

De woning en de hobbystal dienen niet opgericht te worden op éénzelfde kadastraal perceel. Volgens de Vlaamse minister is dit louter een fiscale verdeling van eigendommen, zodat hiermee geen rekening gehouden dient te worden.

Bijgevolg kan uit al het voorgaande besloten worden dat de regeling voor hobbystallen in agrarisch gebied op een strikte wijze geïnterpreteerd dient te worden, daar het nog steeds gaat over een afwijkingsbepaling. Vergunningsaanvragers zullen bijgevolg niet naar eender welke woning kunnen verwijzen om te voldoen aan de voorwaarden van art. 4.4.8/2 VCRO.

Indien u nog vragen zou hebben, aarzel dan niet om ons te contacteren.

 

Joëlle Gillemot & Reiner Tijs