Ondernemings- en vennootschapsrecht

Geen vergoeding vliegticket door luchtvaartmaatschappij bij faillissement reisorganisator

Nov 8, 2019
Geen vergoeding vliegticket door luchtvaartmaatschappij bij faillissement reisorganisator

Het Hof van Justitie heeft beslist dat luchtvaartmaatschappijen geen vergoeding dienen te betalen voor vliegtickets van geannuleerde vluchten die deel uitmaken van een reispakket samengesteld door een gefailleerde reisorganisator. Luchtvaartmaatschappijen moeten de vliegtickets van geannuleerde vluchten wel terugbetalen, indien de geannuleerde vlucht geen deel uitmaakt van een reispakket.

Europese regelgeving: de passagiers- en pakketreisrichtlijnen

Wanneer een vlucht geannuleerd wordt, hebben de getroffen passagiers twee mogelijkheden om de terugbetaling van hun vliegticket te bekomen op grond van het Europese recht.

Wanneer consumenten hun vliegticket apart hebben geboekt (en dus niet in een reispakket), kunnen ze op grond van de passagiersverordening de terugbetaling vorderen van hun vliegticket bij de luchtvaartmaatschappij.

Indien het vliegticket echter deel uitmaakt van een reispakket, kunnen passagiers de reisorganisator aanspreken op grond van de pakketreisrichtlijn. In dat geval, kunnen ze zich echter niet beroepen op hun recht op terugbetaling op grond van de passagiersverordening. Het tegendeel zou namelijk leiden tot een overmatige bescherming van de consument, die zijn schade tweemaal vergoed zou zien.

Wat bij faillissement van de reisorganisator?

De zaak die werd voorgelegd aan het Hof in het arrest van 10 juli 2019 betrof de situatie waarin een consument recht had op terugbetaling van diens vliegticket op grond van de pakketreisrichtlijn, maar waarbij de reisorganisator failliet was en terugbetaling bijgevolg onmogelijk was. De vraag rees of consumenten zich in dat geval alsnog zouden kunnen wenden tot de luchtvaartmaatschappij op grond van de passagiersverordening om terugbetaling van hun vliegticket te verkrijgen.

Het Hof antwoordde in negatieve zin en stelde dat de overmatige bescherming van de consument door de cumulatie van de terugbetalingsrechten op grond van beide richtlijnen bijkomend tot gevolg zou hebben dat de luchtvaartmaatschappijen de aansprakelijkheid van gefailleerde reisorganisators zouden moeten overnemen.

Verhaal op de lidstaat

De pakketreisrichtlijn verplicht reisorganisators echter om aan te tonen dat ze beschikken over voldoende garanties om in geval van insolvabiliteit of faillissement in de terugbetaling van betaalde bedragen te kunnen voorzien. Wanneer deze garanties ontbreken ten gevolge van de omzetting van deze richtlijn in het nationale recht, betekent dat dat de betrokken lidstaat de pakketreisrichtlijn niet correct heeft omgezet. In dat geval, kan de consument zich op de lidstaat verhalen om zijn vliegticket (en andere betaalde bedragen) terugbetaald te zien.

Niettemin stelt zich de vraag of dat niet een te grote bewijslast met zich meebrengt voor de reiziger. Om de terugbetaling van hun vliegticket te bekomen, moeten zij namelijk aantonen dat de lidstaat de richtlijn niet correct heeft omgezet. Of wanneer de vrees voor een overmatige bescherming van de consument heeft geleid tot een (te?) beperkte consumentenbescherming.

Geert de Hoon & Ilse De Geyter

Contacteer ons advocatenkantoor

Stuur ons een bericht. Eén van onze advocaten helpt u graag verder.

Contact
Website design & development by