relatiegericht-icon Relatiegerichte advocatuur
transparant-icon Transparante werkwijze
expert-icon Team van juridische experten
reactie-icon Reactie binnen 24u
resultaat-icon Resultaatgerichte aanpak

Overheidsrecht en omgevingsrecht

Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen ter vervanging van de Antwerpse Bouwcode?

Dec 17, 2019
Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen ter vervanging van de Antwerpse Bouwcode?

De gemeenteraad keurde op 24 juni 2019 de richtlijn inzake “de beleidsmatig gewenste ontwikkeling woninggrootte, woningmix en beschermen van eengezinswoningen” goed. Volgens de stad Antwerpen is de eengezinswoning belangrijk voor het DNA van de stad en dienen deze woningen gevrijwaard te blijven. Aangezien de procedure tot herziening van de bouwcode enige tijd in beslag neemt, wordt de visie van de stad reeds uitgewerkt in een beleidsrichtlijn. De vraag of deze beleidsmatige gewenst ontwikkeling kan dienen als dwingende stedenbouwkundige voorschriften, blijkt toch niet zo eenvoudig te zijn.

 

Beleidsmatig gewenste ontwikkelingen

Een beleidsmatig gewenste ontwikkeling houdt in dat een vergunningverlenende overheid van haar discretionaire bevoegdheid gebruik zal maken om een concrete en precieze beleidsvisie uit te werken binnen haar vergunningenbeleid. Het is de bedoeling dat deze beleidsvisie een rode draad zal vormen binnen haar vergunningsbeslissingen.

 

Vergunningverlening en beleidsmatig gewenste ontwikkelingen

De vergunningverlenende overheid zal conform art. 4.3.1, §1 VCRO een omgevingsvergunningsaanvraag moeten toetsen aan de toepasselijke stedenbouwkundige en verkavelingsvoorschriften. Dit aspect betreft de legaliteitstoets. Indien dit luik positief wordt beoordeeld, dient de verenigbaarheid van de aanvraag met de goede ruimtelijke ordening te worden beoordeeld.

Art. 4.3.1, §2 VCRO bepaalt het juridisch kader voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening. In de eerste plaats dient de vergunningverlenende overheid rekening te houden met de in de omgeving bestaande toestand. Daarnaast kan het bestuur ook rekening houden met beleidsmatig gewenste ontwikkelingen.

Het feit dat de decreetgever spreekt over ‘kan’, wil zeggen dat de vergunningverlenende overheid in geen geval verplicht is om hiermee rekening te houden. Daarnaast geldt de vereiste dat de specifieke beleidsmatig gewenste ontwikkeling ook publiek bekend gemaakt is aan de burger en niet enkel aan de vergunningsaanvrager. De bekendmaking kan onder meer gebeuren door publicatie op de gemeentelijke website/informatieblad, het Belgisch staatsblad of in de kranten.

 

Recente beleidsrichtlijn van de stad Antwerpen

De gemeenteraad van de stad Antwerpen keurde op 24 juni 2019 een nieuwe beleidsmatig gewenste ontwikkeling goed. Deze beleidsrichtlijn heeft als doel een goede woningmix te creëren met voldoende ruime woningen. De woninggrootte, de woningtypologie en het ontmoedigen van een concentratie aan studentenkamers staan in dit beleid centraal.

Eerder trachtte de stad Antwerpen reeds een gelijkaardige beleidsvisie in de bouwcode te verankeren. In de zomer van 2018 liep immers een openbaar onderzoek over de gedeeltelijke herziening van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘Bouwcode’. Deze herziening heeft het uiteindelijk niet gehaald naar aanleiding van verschillende bezwaren van de burgers.

De stad heeft met andere woorden een oplossing gezocht om haar visie in het vergunningenbeleid reeds te kunnen laten doorwerken, zonder dat de bouwcode hiervoor voorafgaandelijk herzien diende te worden, nl. door het goedkeuren van een beleidsmatig gewenste ontwikkeling.

De vraag die zich in deze stelt, is of de beleidsrichtlijn niet te verregaand is en eigenlijk tot doel heeft de bestaande stedenbouwkundige voorschriften in de bouwcode te vervangen. Een recent arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 16 april 2019 wekt hier toch enige twijfel op over de wettigheid van zulke verregaande en gedetailleerde voorschriften.   

 

Kritische kanttekening

Op 16 april 2019 heeft de Raad voor Vergunningsbetwistingen in een andere zaak geoordeeld dat de aldaar aangenomen beleidsmatig gewenste ontwikkeling opgevat diende te worden als een dwingend kader met gedetailleerde voorschriften die als beoordelingskader fungeren voor het beoordelen van vergunningsaanvragen en zodoende als stedenbouwkundige voorschriften moeten worden opgevat.

De Raad is van oordeel dat deze beleidsmatig gewenste ontwikkeling in strijd is met art. 1.1.3 VCRO en art. 1.1.2, 13° VCRO aangezien deze voorschriften niet werden opgenomen in een RUP of stedenbouwkundige verordening. Een beleidsmatig gewenste ontwikkeling die niet de vorm aanneemt van een planningsinstrument maar wel van een ‘visie’document, kan niet van die aard zijn de ruimtelijke ordening van het gebied in reglementaire bepalingen ‘vast te leggen’. Dergelijk instrument is in strijd met art. 159 GW en moet buiten toepassing gelaten worden.

In vergelijking met voormeld arrest, dient te worden vastgesteld dat de beleidsmatig gewenste ontwikkeling van de stad Antwerpen eveneens bedoeld lijkt als een dwingend kader. Het betreffen zeer gedetailleerde stedenbouwkundige voorschriften die van toepassing zijn op het hele grondgebied. De aangenomen beleidsmatig gewenste ontwikkeling lijkt dan ook ter vervanging te zijn van de huidige bouwcode. Bovendien wordt door de gemeenteraad ook expliciet aangegeven dat de artikelen 22 en 23 Bouwcode opgeheven moeten worden en de bouwcode herzien dient te worden. De nieuwe beleidsvisie lijkt dan ook niet in overeenstemming te zijn met de huidige geldende Bouwcode. Gelet op de visie van de Raad voor Vergunningsbetwistingen dient de wettigheid van deze beleidsvisie toch ernstig in vraag gesteld worden.

 

Besluit

Er kan in principe rekening worden gehouden met beleidsmatig gewenste ontwikkelingen ter beoordeling van de goede ruimtelijke ordening. Het voorzien van zeer gedetailleerde voorschriften in dergelijke beleidsrichtlijnen, die als dwingend kader dienen bij de vergunningverlening, lijkt op het eerste gezicht niet verenigbaar met de recente visie van de Raad voor Vergunningsbetwistingen.  Het valt bijgevolg af te wachten hoe de Raad de nieuwe beleidsrichtlijn van de stad Antwerpen zal beoordelen.

Bovendien moet opgemerkt worden dat dergelijke visie doorgaans ook niet het voorwerp is geweest van enige inspraak, noch van voorafgaandelijke milieueffectenrapportage of MER-screening. Dit valt uiteraard te betreuren voor dergelijke belangrijke instrumenten.

Heeft u hierover nog vragen, aarzelt u dan niet om ons te contacteren.

 

Auteurs: Joëlle Gillemot & Reiner Tijs